Dierenprints in je interieur: per definitie fout? Absoluut niet! Dierenprints zijn allang weer terug van weggeweest. Zolang je ze zorgvuldig verwerkt in de ruimte, geven dierenprints je interieur een unieke én stijlvolle toets. Of je nu gaat voor zebrastrepen of luipaardstippen, met deze tips heb je binnen de kortste keren een inrichting waar de dierentuin niets bij is.

1. Overweeg de opties

Bedenk eerst waar in je interieur je nog plaats hebt voor een dierenprintje. Hou je het liever subtiel met een bescheiden gevlekt kussentje? Pak je het groter aan met een gestreept bankstel? Of deins je er niet voor terug om luipaardvlekken op alle muren te schilderen? Hoe dan ook: stem de grootte van de prints af op de grootte van de ruimte. Op een groot oppervlak vallen kleine prints bijvoorbeeld weg, en dat is zonde.

Ga ook voor jezelf na welke prints je het liefste ziet. Een zebraprint is geschikt voor liefhebbers van monochroom (ook mooi in combinatie met metallics als brons, koper en goud), terwijl uitbundige persoonlijkheden misschien graag een luipaardprint combineren met frisse oranje accenten.

2. Combineer de dierenprints in je interieur!

Voor een echt junglegevoel combineer je dierenprints met behang met palmprint of ander gebladerte. Vind je die tropische sfeer toch te veel van het goede? Een contrast tussen dierenprints en grafische patronen creëert eveneens een spannende look.

3. Doe eens wat anders

Bij dierenprints denk je misschien snel aan zebra of luipaard, maar er zijn nog allerlei andere mogelijkheden. Wat dacht je bijvoorbeeld van grappige koeienvlekken, of prachtige pauwenveren? Een accessoire met een krokodillen- of slangenprint is eveneens een opvallend detail en geeft je interieur dat tikkeltje luxe.

4. Print de prints

Vind je het moeilijk om mooie combinaties te verzinnen? Onze tip: verzamel wat prints die je mooi vindt en druk ze af. Zo kun je beginnen met mixen en matchen zonder dat je je ideeën meteen in de praktijk hoeft te brengen.