Hoe graag je je hond ook ziet, je kan niet ontkennen dat hij een luchtje bij heeft. Misschien ruik jij het zelf niet meer – na al die jaren, of gewoon uit liefde voor het beest – maar laat ons eerlijk zijn: je gasten merken het meteen. Hoewel je het gekwijl van Snoopy nog met de mantel der liefde kunt bedekken (net als de “waar heb je nú weer in gezeten?!”- en “wat heb je in godsnaam gegeten?!”-ervaringen), pak je die hondengeur het best meteen aan. Je kunt van je viervoeter geen boeketje madeliefjes maken, maar wél je huis fris en proper laten ruiken.

hondengeur

Azijn wordt je beste vriend

De kans is groot dat je het beste hulpmiddel al in de kast hebt staan. We hebben het over azijn, dat je – aangelengd met een beetje water – als poetsmiddel en geurbestrijder kunt inzetten. Ook zuiveringszout of bicarbonaat helpt in de strijd tegen geurtjes. Het laatste strooi je simpelweg over zetels, kussens en matrassen. Even stofzuigen, en weg zijn de kwalijke luchtjes.

hondengeur

Hondensalon @ home

Je hond stofzuigen zouden we niet aanraden, maar dat betekent niet dat je haarbal er zo makkelijk vanaf komt. Regelmatig borstelen is de boodschap. Als je hond lang haar heeft, doe je dit het best dagelijks, kortharige ‘woefen’ zijn met een wekelijkse kambeurt gesteld. Waarom je de moeite zou nemen? Zo geraakt je hond van overtollig haar verlost (haar dat anders toch gewoon in je fleecedekentjes en de overtrek van je zetel verstrikt zou geraken) maar ook van het vuil dat in zijn vacht zit. Bovendien schept die kambeurt een band en kun je van de gelegenheid gebruikmaken om een tekencheck te doen.

Hondengeur? Poetsen maar …

Regelmatig poetsen is een must als je een hond in huis hebt. Als je de hondengeur écht wilt aanpakken, kun je niet zonder regelmatig stofzuigen. En met regelmatig bedoelen we: drie tot vier keer per week (sorry folks!). Tapijten en huisdieren gaan vaak niet al te best samen. Toch kom je een heel eind met een stoomreiniger. Tot slot besteed je beter wat extra aandacht aan het speelgoed van je hond. De speeltjes die er onsmakelijk of iets té doorleefd uitzien, zwier je gewoon de vuilbak in. De rest was je één of twee keer per jaar.